opleiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·lei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opleiden
leidde op
opgeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

opleiden

  1. (overgankelijk) kennis en vaardigheid bijbrengen
    De soldaten worden opgeleid om tactische aanvallen uit te voeren.
Vertalingen