openbaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
openbaren openbarend
openbaring geopenbaard
Uitspraak
Woordafbreking
  • open·ba·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openbaren
openbaarde
geopenbaard
zwak -d volledig

Werkwoord

openbaren

  1. wat voorheen een geheim was algemeen bekend maken
    De directie openbaarde een ingrijpend reoganisatieplan.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen