opdoen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·doen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opdoen |
deed op |
opgedaan |
| onregelmatig | volledig | |
Werkwoord
opdoen
- (overgankelijk) op de huid aanbrengen
- Ze moest haar make-up nog opdoen voordat ze naar buiten ging.
- (overgankelijk) verkrijgen
Uitdrukkingen en gezegden
- ervaring opdoen
Vertalingen
verkrijgen
ervaring opdoen
|