opbrengst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·brengst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opbrengst opbrengsten
verkleinwoord opbrengstje opbrengstjes

Zelfstandig naamwoord

opbrengst v

  1. dat wat opgebracht wordt, de baat die men heeft van zijn activiteiten
    De opbrengst van deze inzamelingsactie was buitengemeen groot.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen