opbrengst
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /'ɔbrɛŋst/
- (Limburg): /'ɔbrɛŋs/
Woordafbreking
- op·brengst
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van opbrengen met het achtervoegsel -st.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opbrengst | opbrengsten |
| verkleinwoord | opbrengstje | opbrengstjes |
Zelfstandig naamwoord
opbrengst v
- dat wat opgebracht wordt, de baat die men heeft van zijn activiteiten
- De opbrengst van deze inzamelingsactie was buitengemeen groot.