opblazen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·bla·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van blazen met het voorvoegsel op-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opblazen
blies op
opgeblazen
klasse 7 volledig

Werkwoord

opblazen

  1. (overgankelijk) doen ontploffen
    Dat gebouw wordt opgeblazen.
  2. (overgankelijk) een gas in een uitzetbare ruimte pompen
    Een ballon opblazen.
  3. (overgankelijk) (een gebeurtenis) op overdreven manier beschrijven
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen