oogsten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- oog·sten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| oogsten |
oogstte |
geoogst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
oogsten
- (overgankelijk) het volgroeide gewas van het veld halen
- Het vlas is al geoogst.
- (figuurlijk) als reactie krijgen
- Zijn prachtige solo oogstte een luid applaus met bravogeroep.
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen
1. het volgroeide gewas van het veld halen
Zelfstandig naamwoord
oogsten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord oogst