oogst
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- oogst
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van Augustus.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oogst | oogsten |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
oogst m
- het van het land halen van het rijpe gewas
- De oogst is in volle gang.
- de opbrengst behaald met [1]
- De oogst is bijzonder rijk dit jaar.
Vertalingen
1. het van het land halen van het rijpe gewas
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| oogsten |
oogst