oogje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈoxjə/
Woordafbreking
  • oog·je

Zelfstandig naamwoord

oogje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord oog
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen