onvoorstelbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·voor·stel·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onvoorstelbaar onvoorstelbaarder onvoorstelbaarst
verbogen onvoorstelbare onvoorstelbaardere onvoorstelbaarste

Bijvoeglijk naamwoord

onvoorstelbaar

  1. waarvan men zich vooraf geen voorstelling kon maken
    Spanje is het meest in het oog springende voorbeeld, waar extra bezuinigen de recordwerkloosheid van 24 procent tot nog onvoorstelbaarder hoogte zullen [sic] opstuwen[1]
Verwijzingen
  1. volkstkrant 2012