ontweien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wei·en
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van wei met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontweien
ontweide
ontweid
zwak -d volledig

Werkwoord

ontweien

  1. (overgankelijk) vis, gevogelte of wild van de ingewanden ontdoen
Vertalingen