ontvouwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·vou·wen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontvouwen |
ontvouwde |
ontvouwd ontvouwen |
| gemengd
zwak -d |
volledig | |
Werkwoord
ontvouwen
- (overgankelijk) iets in detail verklaren
- Het plan werd volledig door hem ontvouwd.
- (overgankelijk) iets los vouwen
- Leg er een tijdje een boek op om het te ontvouwen!
Vertalingen
1. iets verklaren