ontvouwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·vou·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontvouwen
ontvouwde
ontvouwd
ontvouwen
gemengd

zwak -d

volledig

Werkwoord

ontvouwen

  1. (overgankelijk) iets in detail verklaren
    Het plan werd volledig door hem ontvouwd.
  2. (overgankelijk) iets los vouwen
    Leg er een tijdje een boek op om het te ontvouwen!
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen