ontvangst

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·vangst
enkelvoud meervoud
naamwoord ontvangst ontvangsten
verkleinwoord ontvangstje ontvangstjes

Zelfstandig naamwoord

ontvangst v

  1. verwelkoming, onthaal.
    Bij onze ontvangst in het hotel kregen we allerlei hapjes.
  2. het ontvangen van iets.
    De ontvangst van het geld verliep vlotjes.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen