ontspruiten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ont·sprui·ten
Werkwoord
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontspruiten |
ontsproot |
ontsproten |
| klasse 2 | volledig | |
(niet scheidbaar)
ontspruiten
- een nieuwe loot vormen aan een plant of uit een zaad.
- Een bruine boon ontspruit als je deze een tijdje op een vochtig sponsje in het donker legt.