ontsproten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ont·spro·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ontspruiten |
ontsproten
- meervoud verleden tijd van ontspruiten
- Wij ontsproten.
- Jullie ontsproten.
- Zij ontsproten.
- Wij ontsproten.
- voltooid deelwoord van ontspruiten