ontsproten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·spro·ten

Werkwoord

vervoeging van
ontspruiten

ontsproten

  1. meervoud verleden tijd van ontspruiten
    Wij ontsproten.
    Jullie ontsproten.
    Zij ontsproten.
  2. voltooid deelwoord van ontspruiten