ontsluieren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·slui·e·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontsluieren |
ontsluierde |
ontsluierd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ontsluieren
- (overgankelijk) vanuit het verborgene zichtbaar maken
- Einstein ontsluierde een aantal opmerkelijke aspecten van het heelal.