ontslaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·slaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontslaan
ontsloeg
ontslagen
klasse 6 volledig

Werkwoord

ontslaan

  1. (m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer
  2. (+ van) ontheffen (van), vrijstellen (van): iemand ontslaan van een verplichting
  3. beëindigen van een ziekenhuisopname
    De patiënt werd drie dagen na de opname weer uit het ziekenhuis ontslagen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen