ontmoedigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·moe·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van moedig met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmoedigen
ontmoedigde
ontmoedigd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontmoedigen

  1. (overgankelijk) de moed ontnemen
    De mensen die demonstreerden op het plein lieten zich zelfs door grof geweld niet ontmoedigen hun eisen te blijven stellen.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen