ontmantelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·man·te·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van mantel met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmantelen
ontmantelde
ontmanteld
zwak -d volledig

Werkwoord

ontmantelen

  1. (overgankelijk) een geheel dusdanig in delen uiteennemen dat het niet meer als geheel functioneert
    De bezetter ontmantelde het gehele havenbedrijf.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen