ontlokken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·lok·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontlokken |
ontlokte |
ontlokt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
ontlokken
- (overgankelijk) teweegbrengen (typisch van iets dat inherent aanwezig is, maar dat men niet zomaar wil prijsgeven):
- Iemand een lach ontlokken.