ontladen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·la·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontladen |
ontlaadde |
ontladen |
| gemengd | volledig | |
Werkwoord
ontladen
- (overgankelijk) iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen
- Het ontladen van het voertuig.
- (overgankelijk) (natuurkunde) iets van zijn elektrische lading ontdoen
- Het laden en ontladen van een condensator.
Synoniemen
- [1] ontlasten