ontkleden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·kle·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontkleden
ontkleedde
ontkleed
zwak -d volledig

Werkwoord

ontkleden

  1. (wederkerend) zich ~: zijn kleding afdoen
    Jullie kunnen je ontkleden in die paskamer.
  2. (overgankelijk) (minder gebruikelijk):iemand ~: iemands kleding afdoen
    De peuter werd door zijn moeder ontkleed.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen