onthullen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ɔntˈɦɵlə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɔntˈɦʏlə(n)/
Woordafbreking
- ont·hul·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| onthullen |
onthulde |
onthuld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
onthullen
- (overgankelijk) van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden
- Het ontwerp van de nieuwe voetbalbeker werd afgelopen week officieel onthuld.
- (overgankelijk) openbaren van onbekende feiten
- Hij had het niet graag wanneer er dingen over zijn verleden werden onthuld waar hij niet trots op was.
Vertalingen
1. van het hulsel ontdoen
2. openbaren van onbekende feiten