onthalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| onthalen |
onthaalde |
onthaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
onthalen
- (overgankelijk) iemand gastvrij verwelkomen