ontdoen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·doen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontdoen |
ontdeed |
ontdaan |
| onregelmatig | volledig | |
Werkwoord
ontdoen
- (overgankelijk) een aanhangsel of eigendom verwijderen van iets
- De artisjokken werden eerst ontdaan van hun hooi.