ontdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·doen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van doen met het voorvoegsel ont-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontdoen
ontdeed
ontdaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

ontdoen

  1. (overgankelijk) een aanhangsel of eigendom verwijderen van iets
    De artisjokken werden eerst ontdaan van hun hooi.