ontbreken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ont·bre·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontbreken |
ontbrak |
ontbroken |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
ontbreken
- niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt
- Er ontbrak een bestand op de harde schijf.