ontberingen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·be·rin·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - ontberingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ontberingen mv

  1. een gebrek aan noodzakelijke levensbehoeften
    De ontberingen van de poolreiziger zijn niet te onderschatten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen