onschadelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·scha·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van schadelijk met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onschadelijk | onschadelijker | onschadelijkst |
| verbogen | onschadelijke | onschadelijkere | onschadelijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
onschadelijk
- geen schade berokkenend
- Het werd bespoten met een onschadelijke oplossing.