onsamenhangend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·sa·men·han·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onsamenhangend onsamenhangender onsamenhangendst
verbogen onsamenhangende onsamenhangendere onsamenhangendste
partitief onsamenhangends onsamenhangenders -

Bijvoeglijk naamwoord

onsamenhangend

  1. geen samenhangend geheel vormen
    Dit zijn volledig onsamenhangend samenvattingen.
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

onsamenhangend

  1. op een niet samenhangende manier
    Hij sprak nogal onsamenhangend.
Synoniemen
Vertalingen