onpraktisch
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·prak·tisch
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | onpraktisch |
| verbogen | onpraktische |
Bijvoeglijk naamwoord
onpraktisch
- niet op een wijze die goed uitvoerbaar is in de werkelijkheid
- Dat is een erg onpraktische manier van doen.
Antoniemen
Vertalingen
1. niet op een wijze die goed uitvoerbaar is in de werkelijkheid