onoplettendheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • on·op·let·tend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onoplettendheid onoplettendheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onoplettendheid v

  1. het niet opletten
    Een momentje van onoplettendheid.
Synoniemen
Antoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen