onontbeerlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ont·beer·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen onontbeerlijk
verbogen onontbeerlijke

Bijvoeglijk naamwoord

onontbeerlijk

  1. volstrekt noodzakelijk
    In het noorden van Siberië is kleding van bont vervaardigd onontbeerlijk.
Vertalingen