onmogelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·mo·ge·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onmogelijk onmogelijker onmogelijkst
verbogen onmogelijke onmogelijkere onmogelijkste

Bijvoeglijk naamwoord

onmogelijk

  1. niet te verwezenlijken
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen