ongerust

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·rust
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gerust met het voorvoegsel on-.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongerust ongeruster meest ongerust
verbogen ongeruste ongerustere meest ongeruste

Bijvoeglijk naamwoord

ongerust

  1. bezorgd dat iemand iets zal overkomen
    De ongeruste echtgenoot zat al uren in spanning te wachten.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen