ongerust
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·ge·rust
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ongerust | ongeruster | meest ongerust |
| verbogen | ongeruste | ongerustere | meest ongeruste |
Bijvoeglijk naamwoord
ongerust
- bezorgd dat iemand iets zal overkomen
- De ongeruste echtgenoot zat al uren in spanning te wachten.
Antoniemen
Vertalingen
1. bezorgd dat iemand iets zal overkomen