ondeugd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·deugd
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van deugd met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord ondeugd ondeugden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ondeugd

  1. slechte gewoonte of handeling
    Een gat in de hand is een ondeugd waar velen mee worstelen.
  2. iemand -vaak een jonge persoon- die kattekwaad uithaalt
    Die ondeugd heeft het wachtwoord van m'n PC gewijzigd!
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen