onderzoeker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·zoe·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van onderzoek naar analogie met andere persoonsnamen op -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord onderzoeker onderzoekers
verkleinwoord onderzoekertje onderzoekertjes

Zelfstandig naamwoord

onderzoeker m

  1. iemand die een onderzoek uitvoert
  2. een beoefenaar van de wetenschap
    De onderzoeker probeerde de gang van zaken te doorgronden.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen