onderwerp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • on·der·werp
enkelvoud meervoud
naamwoord onderwerp onderwerpen
verkleinwoord onderwerpje onderwerpjes

Zelfstandig naamwoord

ónderwerp o

  1. waar iets over gaat, een thema
    Het onderwerp van de vergadering.
  2. (grammatica) zinsdeel waarnaar de persoonsvorm zich richt en dat bijv. de handelende persoon of zaak beschrijft
    Onderwerp en persoonsvorm zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
onderwerpen

onderwérp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderwerpen
    Ik onderwérp.
  2. gebiedende wijs van onderwerpen
    Onderwérp!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderwerpen
    Onderwérp je?