ondervraagde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·vraag·de
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Nederlandse voltooid deelwoord ondervraagd met het achtervoegsel -de.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ondervragen |
ondervraagde
- enkelvoud verleden tijd van ondervragen
- Ik ondervraagde.
- Jij ondervraagde.
- Hij, zij, het ondervraagde.
- Ik ondervraagde.
Synoniemen
Bijvoeglijk naamwoord
ondervraagde
- verbogen vorm van de stellende trap van ondervraagd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ondervraagde | ondervraagden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
ondervraagde m
- iemand die aan een vraaggesprek of opinieonderzoek onderworpen wordt
- De helft van de ondervraagden ontkende deze stelling.