onderscheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • on·der·scheid

Werkwoord

vervoeging van
onderscheiden

onderscheid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderscheiden
    Ik onderscheid.
  2. gebiedende wijs van onderscheiden
    Onderscheid!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderscheiden
    Onderscheid je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen