onderschatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·schat·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderschatten
onderschatte
onderschat
zwak -t volledig

Werkwoord

onderschatten

  1. (overgankelijk) iets kleiner of van kleiner belang inschatten dan het in werkelijkheid blijkt
    Zij hadden de professor die zich voor de schoolraad kandidaat gesteld had onderschat en hij won zijn district 5 met gemak.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen