onderschatten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·schat·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| onderschatten |
onderschatte |
onderschat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
onderschatten
- (overgankelijk) iets kleiner of van kleiner belang inschatten dan het in werkelijkheid blijkt
- Zij hadden de professor die zich voor de schoolraad kandidaat gesteld had onderschat en hij won zijn district 5 met gemak.