onderhandelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
onderhandelen onderhandelend
onderhandeling onderhandeld
Woordafbreking
  • on·der·han·de·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderhandelen
onderhandelde
onderhandeld
zwak -d volledig

Werkwoord

onderhandelen

  1. (inergatief) overleggen om tot een afspraak te komen
    De twee boeren waren aan het onderhandelen over de prijs van het kalf.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen