onderga
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·ga
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ondergaan |
ondergá
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ondergaan
- Ik ondergá.
- gebiedende wijs van ondergaan
- Ondergá!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ondergaan
- Ondergá je?
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ondergaan |
ónderga
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ondergaan
- ... dat ik ónderga.