onderbouw
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- on·der·bouw
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| onderbouwen |
onderbouw
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderbouwen
- Ik onderbouw.
- gebiedende wijs van onderbouwen
- Onderbouw!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderbouwen
- Onderbouw je?