oncoloog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·co·loog
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oncoloog | oncologen |
| verkleinwoord | oncoloogje | oncoloogjes |
Zelfstandig naamwoord
oncoloog m
- (beroep) (medisch) een medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
- Hij is oncoloog van beroep.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.