onbetrouwbaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·be·trouw·baar
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van betrouwbaar met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onbetrouwbaar | onbetrouwbaarder | onbetrouwbaarst |
| verbogen | onbetrouwbare | onbetrouwbaardere | onbetrouwbaarste |
Bijvoeglijk naamwoord
onbetrouwbaar
- niet te vertrouwen
- Het is een onbetrouwbare man.
Antoniemen
Vertalingen
1. niet te vertrouwen