onberispelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·be·ris·pe·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onberispelijk | onberispelijker | onberispelijkst |
| verbogen | onberispelijke | onberispelijkere | onberispelijkste |
Bijvoeglijk naamwoord
onberispelijk
- waarop geen aanmerking te maken valt
- Zijn presentatie was niet onberispelijk, maar zijn voordracht viel toch in goede aarde.