onbemand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·mand
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bemand met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbemand
verbogen onbemande

Bijvoeglijk naamwoord

onbemand

  1. zonder bemanning.
    De luchtmacht stuurde onbemande vliegtuigen de lucht in.