omzoomt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·zoomt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| omzomen |
omzóómt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omzomen
- Jij omzoomt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omzomen
- Hij omzoomt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van omzomen
- Omzoomt!
| vervoeging van |
|---|
| omzomen |
ómzoomt