omzeilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·zei·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omzeilen
omzeilde
omzeild
zwak -d volledig

Werkwoord

omzeilen

  1. (overgankelijk) via een omweg rond een obstakel zijn doel weten te bereiken
    Zo hebben we die file netjes omzeild.
  2. (overgankelijk) overdrachtelijk een moeilijkheid uit de weg weten te gaan
    Die wet functioneert niet goed; mensen weten de bepalingen maar al te goed te omzeilen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen