omvatten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- om·vat·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| omvatten |
omvatte |
omvat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
omvatten
- binnen zich insluiten
- De les omvatte ook een oefening van de geleerde oplosbaarheidsregels.