omtrek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·trek
enkelvoud meervoud
naamwoord omtrek omtrekken
verkleinwoord omtrekje omtrekjes

Zelfstandig naamwoord

omtrek v/m

  1. (wiskunde) de lengte van een gesloten kromme
    De omtrek van een cirkel bedraagt 2π maal de straal.
  2. grenslijn.
  3. omvang van een lichaam
  4. het gebied rondom een bepaalde plaats
    Dat is in de wijde omtrek niet te vinden.
Uitdrukkingen en gezegden
  • In de wijde omtrek.
Verwante begrippen
Vertalingen